Verkeerseducatie.jouwweb.nl
Home » In de auto » Ouders » gordels/kinderzitjes

Goochem meetlintGordels en kinderzitjes

Auto’s worden steeds veiliger. Met behulp van kreukelzones, kooiconstructies en airbags worden inzittenden steeds beter beschermd. De autogordels zijn hierbij ook onmisbaar. Maar autogordels zijn ontworpen voor volwassenen. Voor kinderen tot 1,35 á 1,50 meter (dat kan per auto verschillen) werken ze veel minder goed en voor baby’s zijn ze totaal ongeschikt.

Daarom geldt de volgende regel

Alle kinderen (en dat is iedereen die nog geen 18 is!) kleiner dan 1,35 meter met een maximaal gewicht van 36 kilo moeten zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje gebruiken. Kinderen groter dan 1,35 meter moeten voorin en achterin de auto de autogordel om en mogen als het nodig is een zittingverhoger gebruiken.

U mag niet meer personen vervoeren dan er zitplaatsen met een gordel in uw auto aanwezig zijn.

Voorin of achterin?

Kinderen mogen, ongeacht hun leeftijd, voorin op de passagiersstoel zitten, op voorwaarde dat ze worden vastgemaakt zoals de wet het voorschrijft. Het is veiliger kinderen (baby’s) zo lang mogelijk tegen de rijrichting in te vervoeren.

Aanvullende regelgeving

      • Op de plaats waar een airbag zit, mogen geen kinderen vervoerd worden in een autostoeltje dat tegen de rijrichting in moet worden geplaatst, tenzij de airbag is uitgeschakeld.
      • Een driepuntsgordel als heupgordel gebruiken, mag niet. Ook gordelgeleiders mogen niet gebruikt worden, behalve voor kinderen die kleiner zijn dan 1,50 meter voor wie geen zittingverhoger te krijgen is omdat ze te zwaar (>36 kilo) zijn. De gordelgeleider moet goed door het oog kunnen bewegen.

Is een kinderzitje echt veiliger dan alleen een gordel?

Als een kind op de achterbank in een kinderzitje wordt vervoerd, heeft het 30% minder kans op ernstig letsel en zelfs 50% minder kans op dodelijk letsel dan als het los op de achterbank zit. Als een kind alleen in de gordel op de achterbank zit, zijn deze percentages lager, namelijk resp. 20 en 30% (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid). Een kinderzitje biedt dus meer bescherming dan alleen de gordel.

Keurmerk

Elk kinderzitje moet aan de Europese veiligheidseisen voldoen. De stoeltjes zijn voorzien met een keuringslabel of een keuringssticker. Hier staat een code op; ECE 44/03 of 44/04. De code staat in een cirkel; de letter E en een getal. Onderaan de sticker staat het goedkeuringsnummer, dat moet beginnen met 03 of 04. Er staat ook op voor welke gewichtsklasse het stoeltje geschikt is.
De zitjes met ECE R44/02 of zonder keurmerk zijn verouderd en niet meer veilig genoeg.
Tweedehandsstoeltjes moeten ook het keurmerk hebben. Ook moet u altijd navragen of er ooit een ongeluk mee is gebeurd. Na een ongeluk zijn autostoeltjes niet meer veilig en dient u een nieuwe te kopen.

Gordelverlenger niet toegestaan bij kinderzitje

Het gebruik van een gordelverlenger bij een autokinderzitje is niet toegestaan, omdat er geen zicht is op de kwaliteit ervan. Is de gordel te kort, dan moet u een andere goedgekeurde autogordel laten monteren.

 

Uitzonderingen

Er zijn uitzonderingen en om mijn verhaal compleet te maken vermeld ik ze hieronder wel. Onthoudt echter dat autogordels je leven kunnen redden bij een ongeluk en daarom raad ik je aan je altijd aan de nieuwe regels te houden en geen gebruik te maken van de mogelijke uitzonderingen.

      • In auto’s zonder gordels mogen kinderen jonger dan 3 jaar niet vervoerd worden. Kinderen vanaf 3 jaar en kleiner dan 1,35 meter mogen alleen achterin.
      • Als er al twee kinderbeveiligingsmiddelen op de achterbank in gebruik zijn en een derde past niet meer, dan mag een derde kind wel mee op de achterbank mits het 3 jaar of ouder is en in de gordel zit.
      • In incidentele gevallen als er geen kinderbeveiligingsmiddel beschikbaar is, het niet de auto van de eigen (pleeg)ouders is en niet de eigen (pleeg)ouder achter het stuur zit mogen kinderen vanaf 3 jaar in de gordel op de achterbank vervoerd worden. Voorwaarde is dat het slechts om een korte afstand gaat.
      • In een taxi waarin geen kinderbeveiligingsmiddel aanwezig is, moeten kinderen vanaf 3 jaar achterin zitten en de gordel gebruiken. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen los achterin vervoerd worden.
      • In bussen moeten passagiers ouder dan 3 jaar de gordel gebruiken. Kinderen tot 3 jaar mogen los vervoerd worden. Voor stads- en streekvervoer gelden andere regels.
      • En ook nog:
        • Laadruimte van de auto: het is verboden personen te vervoeren in de laadruimte van de auto.
        • Aanhanger: vervoer in of op een aanhanger achter een auto of bromfiets mag niet.



Op de pagina met links vindt u meer informatie en onderzoeksrapporten.